Informatieavond inrichtingsplan Gijzenveen

Goois Natuurreservaat nodigt u van harte uit op vrijdag 28 oktober a.s. voor een informatieavond in de Kruisdam. Die avond zal het Inrichtingsplan Gijzenveen voor alle geïnteresseerden worden toegelicht.

In het voorjaar van 2010 heeft het Goois Natuurreservaat het gebied gelegen tussen Hilversumse Meent en Bussum aangekocht van de gemeente Hilversum, met als doel om het natuurgebied ‘ten eeuwigen dage ongeschonden als natuurreservaat te behouden’, conform de statuten van het Goois Natuurreservaat. Vervolgens is in overeenstemming met de betrokkenen de verpachting en de in gebruik gave van de beide graslanden beëindigd en is gestart met onderzoek naar de mogelijke inrichting van het gebied.

28 oktober worden de plannen voor dit gebied toegelicht in de Kruisdam. Het programma is als volgt:

19.30 Inloop met koffie en thee;
20.00 Woord van welkom door de gastheer (voorzitter van de Wijkvereniging Hilversumse Meent) Don Scheers;
20.05 Officiële opening van de informatieavond door Dick Landsmeer, Hoofd Beleid van het Goois Natuurreservaat en vervolgens inleidingen door de adviseurs Prof.dr. Jan Sevink (bodemkundige), drs. Allard van Leerdam (ecohydroloog) en zo mogelijk  ir. Jan Heersche (landschapsarchitect);
21.15 Reactie- en vragenronde. Uw reacties op de inleidingen en op het ontwerp inrichtingsplan worden op prijs gesteld. Na afloop van deze ronde zal Dick Landsmeer, in samenspraak met de voorzitter van de wijkvereniging, een samenvatting van de avond geven en aangeven wat de vervolgstappen zullen zijn;
21.30 Sluiting, gevolgd door een drankje.

Het onderzoek

Voor de natuurlijke ontwikkeling van het gebied is kennis over de bodem en de waterhuishouding noodzakelijk. Als er nog oorspronkelijke bodems in het gebied aanwezig zijn en deze ook bloot zijn te leggen, dan vormen deze bodems de beste uitgangssituatie voor de vestiging van de daar thuishorende planten en dieren. De resultaten worden extra goed wanneer ook het grondwater ter plaatse zijn invloed kan uitoefenen op het dan nieuwe bodemoppervlak.

Om dit alles te weten te komen is onlangs door Michael den Haan en Jan Sevink van de Universiteit Amsterdam een onderzoek verricht naar de bodemverstoring in het gebied gelegen tussen Hilversumse Meent en Bussum. Daarnaast is er door ecohydroloog Allard van Leerdam onderzoek gedaan naar de hydrologische situatie in het gebied en naar de ontwikkelingsmogelijkheden voor plant en dier. Allard van Leerdam heeft vervolgens de vergaarde kennis vertaald in een inrichtingsplan, waarin ook de wensen van de omwonenden over het trapveldje, een wandelverbinding en het behoud van openheid een plaats hebben gekregen.

Op dit moment is landschapsarchitect Jan Heersche bezig het geheel op te nemen in een landschappelijk en recreatief aantrekkelijk kaartbeeld. Het geheel vormt inmiddels een spannend verhaal waarvan de betrokken onderzoekers u graag deelgenoot zullen maken.

Begin oktober zal het planontwerp worden gepubliceerd op de website van het Goois Natuurreservaat www.gnr.nl. De direct aanwonenden van het plangebied zijn bezocht door regiobeheerder Gerrit Kremer. Zij zullen begin oktober nader bericht van het Goois Natuurreservaat ontvangen.

Tipje van de sluier

Om u vooruitlopend op zijn presentatie op 28 oktober al enig inzicht te geven hoe er te werk is gegaan bij het uitgevoerde onderzoek licht Jan Sevink hieronder al een tipje van de sluier op:

Koedijk en Gijzenveen

Het gebied tussen Hilversumse Meent en Bussum lijkt niet veel bijzonders: graslanden met kleine hoogteverschillen, met lage plekken die in het regenseizoen nat zijn – soms met plassen – en wat hogere en drogere delen, vooral ten noorden van de Meentweg, waar van oudsher schapen grazen. Ook de zuidpunt, met het trapveldje, ligt wat hoger. Veel hoogteverschil is er echter niet. Mensen, die in het gebied de hond uitlaten, zullen ongetwijfeld deze beschrijving herkennen.

Op oude kaarten wordt de naam Gijzenveen vermeld, die wijst op een nat gebied, maar er zullen maar weinig mensen zijn, die weten wat het Gijzenveen was en waar dat precies lag. Dat komt vooral door de aanleg van de Hilversumse Meent, waardoor het oude landschap ingrijpend veranderde. De Koedijk is een goed herkenbare rest van dat landschap: een oude, met bomen begroeide wal die de grens tussen Bussum en Hilversum vormt. Op oude kaarten wordt deze dijk ‘Wij dijk’ genoemd.

Er zijn twee manieren waarop je kunt achterhalen hoe het vroegere landschap er uit zag en wat er van over is:

-       kijken op oude kaarten en foto’s (vooral luchtfoto’s), zodat je ziet wat er was en er van over is.

-       door grondboringen achterhalen wat er tijdens de aanleg van de Hilversumse Meent en daarna is gebeurd (ophoging, vergraving en dergelijke) en hoe het gebied oorspronkelijk in elkaar stak.

Op oudere kaarten van Gooiland is het Gijzenveen goed terug te vinden. Zo is op de kaart van Maurits Walraven uit 1723 de naam Gijzenveen vermeld ter plaatse van een meertje; op de kaart van Albertus Perk uit 1843 is op die plek alleen de naam Gijzenveen vermeld. Maar die kaarten zijn niet echt nauwkeurig. Het meertje zie je ook op oude foto’s maar daaruit is de precieze ligging niet goed te reconstrueren. Veel nauwkeuriger is een luchtfoto uit 1925 waarop prachtig te zien is, dat zo ongeveer op de plek van het trapveldje vroeger een fort lag, dat deel uitmaakte van vijf verdedigingswerken, het Offensief voor Naarden. Nu is daar niets meer van te zien.

Er was dus inderdaad een meertje of een ven – en dus verwacht je veen – en er lag – heel spannend – een fort. Vragen zijn dan: zijn ven, veen en fort in de boringen terug te vinden.

Het Koedijkgebied ligt op de westelijke rand van de Gooische stuwwal, waar in de ondergrond, Pleistoceen grindhoudend grof zand voorkomt (dat komt in de aangrenzende Zanderij Cruysbergen aan het oppervlak voor), vaak bedekt met een laag dekzand (zand zonder stenen). In die oudere afzettingen is een zogenaamde Podzol gevormd, met loodzandlaag en oerbank. Tijdens dat Pleistoceen was het koud en stond de zeespiegel een stuk lager. In de daarop volgende warme periode – waarin wij nu leven – smolt het landijs grotendeels weg, waardoor de zeespiegel omhoog kwam. Het landschap ‘verdronk’ en in dat natte gebied ontstond veen. Lage plekken van de stuwwalvoet vernatten ook en ook daar ontstond veen. Het Gijzenveen is in principe zo’n lage plek.

Bij de uitgevoerde grondboringen kijk je naar het voorkomen van dat grindhoudende grof zand, dekzand en daarin voorkomende Podzol en het voorkomen van veen, en wat er eventueel op de oude bodem aan grond is opgebracht. Natuurlijk zie je ook of men voor het opbrengen van grond eventueel eerst nog een stuk had afgegraven. Bij dat alles neem je precies de hoogte op van de verschillende lagen. Al die boringen leiden tot een heel precies beeld van de oorspronkelijke ligging van het terrein en haar bodem. Het Gijzenveen bleek daarbij behoorlijk groot geweest te zijn en in een soort laagte in de stuwwalvoet te liggen. Van het fort is niets teruggevonden. Wel is de bodem rond de oorspronkelijke locatie flink verstoord. Ten noorden van de Meentweg lag een wat hogere uitloper met droge grindhoudende grond en iets dergelijks komt ook in het zuidelijke puntje voor. Vrijwel overal ligt er een forse laag opgebrachte humeuze zandgrond, wat verklaart waarom er van de grote verschillen in ondergrond – dik veen tot grindrijk grof zand – maar zo weinig in de begroeiing tot uiting komt.